Live Live

Voor de Hof te Boekelo blijft H.H. ter Balkt altijd Habakuk

Gepubliceerd: Zaterdag 15 september 2018 09:32

Voor de Hof te Boekelo blijft H.H. ter Balkt altijd Habakuk

Dichter H.H. ter Balkt zou maandag 80 zijn geworden. In de boerderijenkrans die de Hof te Boekelo vormt en waar hij liever vertoefde dan thuis, spreken ze met affectie over hem.

De boer leunt met een arm op het houten hek dat een wei afsluit en wijst welwillend. „Het Mastbos? Daar.” Of hij de dichter H.H. ter Balkt heeft gekend. „Zeker.” En weer wijst hij. Dit keer naar de boerderij van de grootouders van de dichter. „Daar was hij vaak.” Een aardige kerel? Het lachje verraadt dat Ter Balkt toen al een ongewone verschijning moet zijn geweest in deze omgeving. „Joa. Een langharige teckel”, zegt hij. Het klinkt niet afwijzend.

Bij opa en oma
Hof te Boekelo, een krans van boerderijen. Niet dat Herman Hendrik ter Balkt (1938 – 2015) hier is geboren, maar dit is wel de arcadische plek waar hij als jongetje het liefst was, bij zijn opa en oma. Dit is het landschap dat zijn poëzie voortbracht. Het werkt ook andersom: wie het machtige, boerse, aardse dichtwerk kent, kijkt met andere ogen naar deze landstreek.

Overleg met de kraaien
Een andere boer vertelt dat hij succesvol met de kraaien heeft overlegd dat ze zijn onbespoten mais met rust laten, omdat er genoeg ander voedsel is - het is alsof hier een gedicht van H.H. ter Balkt tot leven wordt gewekt. Harry, want zo noemde Herman Hendrik zich, zou er niet van opgekeken hebben.

Usselo, 1938

Geboren werd hij in Usselo, komende maandag 80 jaar geleden. ‘Usselo, 1938’ past helemaal bij de man en zijn poëzie, terwijl de Wethouder Nijhuisstraat, waar zijn geboortehuis staat, inmiddels door Enschede is opgeslokt. Hier moeten we zijn, bij het Mastbos, in de Hof te Boekelo, waar zijn grootouders een boerderij bewoonden die hun eigendom was. Bij een veiling, lang geleden, wisten twee boeren nog ras hun eigen erf te bemachtigen voordat een rijke familie de andere boerderijen opkocht.

‘H t B’ melden de sluitstenen aan beide zijden van de boerderij, die nu het middelpunt vormt van landschapscamping ’t Scharrelhoes, in juli uitgeroepen tot de beste camping van Nederland. Het is hier waar de jonge dichter opgroeide, ravotte, met dieren leerde omgaan en in bomen klom. 8 jaar oud was hij toen hij zijn naam in een beukenbast kraste. Ergens in het mythische Mastbos, aan de westkant van het erf. Een foto uit 1992 getuigt ervan dat hij de inscriptie nog wist te vinden.

Harry 1946
Even kijken. Het bospad nodigt sowieso uit om op zoek te gaan naar ‘Harry 1946’. Maar daar komt een oudere terreinwagen aan, luid toeterend. Het keffende hondje op de bijrijdersstoel doet de tweede stem. Het raampje gaat half omlaag. „U heeft toch wel gezien dat u hier de auto niet mag parkeren?”, vraagt de eigenaresse van het landgoed, minus die twee boerderijen. Eventjes mag. Maar zo snel laat de boom met naam en jaartal zich niet zien.

Machtig oeuvre
Gelukkig heeft H.H. ter Balkt op andere, blijvende wijze zijn aanwezigheid geboekstaafd: in honderden gedichten, een van de machtigste oeuvres uit de naoorlogse poëzie. Twee keer verschenen bij zijn leven al zijn verzamelde gedichten, die uit 2014 klokte in op 1687 pagina’s aan dichtwerk. De titel geeft enige indicatie van de unieke, barokke wijze hoe Ter Balkt zijn vocabulaire heeft aangewend: Hee hoor mij Ho simultaan op de brandtorens.

Sowieso grossierde hij in magnifieke titels als In de kalkbranderij van het absolute en Waar de burchten stonden en de snoek zwom.

Verbondenheid
Vanaf zijn debuut, uit 1969, dat verraderlijk gewoon Boerengedichten als titel draagt, heeft Ter Balkt zijn verbondenheid met Usselo, de Hof te Boekelo en het Mastbos uitgedrukt in poëzie waarin ook plaats was voor verwijzingen naar geschiedenis, mythologie en blues. Het leverde hem de P.C. Hooftprijs op, die van 2003.

Bars en boers
Hij woonde toen allang niet meer in Twente. In Nijmegen was hij een tijdlang onderwijzer. Dat was niks. „Als je de kop vol poëzie hebt, lukt dat niet”, zei hij over lesgeven. Dus trok de dichter zich terug in zijn rijtjeshuis en zijn poëzie, gesteund door zijn vrouw Willemien. Waar hij verscheen - áls hij verscheen - maakte hij grote indruk. Bars, boers. De kop boven een interview in deze krant luidde: ‘Een zeer naturel mens’.

Woeste natuur
In de letteren werd naar hem opgekeken. Erkend als de meester. Waar een andere van oorsprong Twentse dichter als Rutger Kopland de nette kant van de natuur in poëzie vatte, belichaamde Ter Balkt de woeste, onontgonnen kant. Waar Kopland als het ware met een veder schreef, zo roerde Ter Balkt zich met een knots.

Jan Kristen
Hoe zijn werk in één zin te typeren? Laat dat aan Jan Kristen over, ooit docent Nederlands en later gedeputeerde in Overijssel. „Ter Balkt schreef op een manier dat het leek of alles mis kon gaan, maar dat deed het niet.” Kristen (Goor, 1942), wiens stem erg lijkt op die van Ter Balkt, is een van de weinigen aan wie de Usseler bard een gedicht heeft opgedragen. „Op het provinciehuis wisten ze dat ik een groot liefhebber ben. Vanaf het begin. Toen ik Boerengedichten las, liep het kwijl mij uit de mond. Voor mijn afscheid hebben ze Ter Balkt gevraagd niet alleen een gedicht te schrijven maar het ook te komen voordragen. Dat deed hij. Een imposante verschijning. Hij rookte altijd. Ik heb nog weten te regelen dat hij ergens binnen een shaggie kon opsteken.” 

Tot verbazing en genoegen van Kristen nam Ter Balkt het gedicht op in een bundel, met de opdracht. „In zijn tweede verzamelde poëzie zou hij mijn naam wel weglaten, dacht ik, maar hij heeft hem gehandhaafd.” Waarmee Kristen en passant de werkwijze van Ter Balkt aanstipt: hij bleef aan zijn gedichten schaven. De bezorgers van Hee hoor mij Ho simultaan op de brandtorensschrijven: ‘H.H. ter Balkt laat zijn gedichten niet met rust, omdat ze hem niet met rust laten’.

‘Er klopt iets niet’
Of zoals de dichter zei in een interview met Tubantia: „Ik ga mijn werk opnieuw te lijf. Net als met dromen, het komt terug. Er klopt iets niet. Dat voel ik. Dan blijft het in mijn hoofd zitten. Zo’n fout moet eruit, want anders krijg je een scheef huis en dan de dondert de boel in elkaar vandaag of morgen.” En: „Poëzie is een klap die raak moet zijn. Een Witte Kat-batterij met die koperen lipjes: die ken je. Als je die met de tong aanraakt, zo moet het zijn.”

H.H. ter Balktprijs
Voor Kristen is Ter Balkt ‘de Nedersaksische dichter bij uitstek’. Toen recent in Hengelo een gedicht op een muur werd aangebracht, riep hij op een H.H. ter Balktprijs in het leven te roepen. Bijvoorbeeld op basis van crowdfunding en niet noodzakelijk elk jaar. „Voor dichters die grote verbondenheid met zijn of haar streek laat zien, net als Ter Balkt.”

Roman
Verbonden met de Hof van Boekelo en Usselo was hij inderdaad. Ter Balkt liet hier zijn enige roman spelen: het knoestige, ontoegankelijke meesterwerk Zwijg, dat hij in 1973 publiceerde onder het pseudoniem Foel Aos. Een foto van de boerderij van zijn grootouders siert de achterkant.

Habakuk II de Balker
Hij had in die tijd nog een ander pseudoniem. Het leek warempel wel de naam van een farao: Habakuk II de Balker. Laat het nou die naam zijn die is blijven hangen in de Hof te Boekelo. De boer bij het hek, de boer die met de kraaien praat, de boerinnen en de campinghoudster. Een enkeling zegt ‘Harry’, ze zeggen allemaal Habakuk. En ze glimlachen hardop.

© Newsroom Enschede, de samenwerking tussen TC Tubantia en 1Twente Enschede, foto: Johan Ghijsels

Deel deze pagina: