Live Live

Schrijver Marcel Möring komt niet terug naar Enschede, maar ‘misschien ooit Ootmarsum’

Gepubliceerd: Zondag 16 juni 2019 12:01

Schrijver Marcel Möring komt niet terug naar Enschede, maar ‘misschien ooit Ootmarsum’

Marcel Möring (61) - gescheiden, twee kinderen - koestert de herinnering aan zijn geboortestad Enschede. Aan het huis van zijn onderduik-grootouders, aan de montessorischool waar zijn schrijverstalent ontkiemde. Maar werkelijk thuis voelt hij zich nergens. „Ik zoek geen vertrouwdheid.”

Dat gevoel heb ik nooit gehad. Ik ben heel vaak verhuisd, het maakt me weinig meer uit waar ik precies ben. Ik zit nu hier, maar het had ook ergens anders kunnen zijn. Mijn werkelijke thuis is mijn werktafel; mijn werk is mijn huis. Dat is het enige echte belangrijke in mijn leven, naast mijn kinderen. De rest kan me gestolen worden. Schrijven is de kern van mijn leven sinds ik een opstelwedstrijd won op het Montessori in Enschede. Al kon ik toen niet voorspellen dat het ook werkelijk zou lukken om schrijver te worden en was ik soms de wanhoop nabij. Ik vind het het allerfijnste om te doen. Het lukt niet elke dag en ik foeter soms, omdat het zwaar werk is. Want dit laat me nooit los, het is er altijd. Vergelijk het met een topsporter, je moet ervoor leven.

Gaat het vaderschap wel samen met het bestaan van schrijver?
Juist wel! Kinderen waren het beste dat mij kon overkomen. Als ik het heel egocentrisch bekijk, hebben kinderen mij losgerukt uit het narcistische bestaan. Het hebben van een bloedband, het verantwoordelijk zijn voor mensen die van je afhankelijk zijn; van mijn kinderen heb ik veel geleerd. Het vaderschap heeft me completer gemaakt als mens en schrijver. En omdat ik altijd thuis werkte, kon ik er ook veel voor de kinderen zijn.

Uw boek Amen verschijnt in oktober, die titel klinkt als een afsluiting.
Dat hoop ik toch niet. Ik ben nog lang niet uitgeschreven. Amen is ook een dorpje in Drenthe en in die buurt speelt het verhaal zich af. Het gaat over een archeoloog die onderzoek doet op het terrein van kamp Westerbork. Ondertussen worstelt hij met een stukgelopen huwelijk. Die verhaallijn had ik er misschien niet in moeten verwerken, want zodra je ergens over begint te schrijven, gebeurt het ook echt. Alsof er onbewust iets zit dat pas later omhoog komt.

U schrijft graag over het verleden.
Wat mij het meest van al bezighoudt is de geschiedenis. Er wordt te vaak geroepen dat dit unieke tijden zijn. Dat is niet waar. Zijn wij zo mondiaal bezig? De Vikingen kwamen al tot diep in Rusland. De eerste mensen zwierven al heel Europa door. In 5000 jaar is er helemaal niet zo veel veranderd. Mijn favoriete Bijbelboek is Prediker: er is niks nieuws onder de zon. Het scheelt een stuk als je dat beseft. Wie de geschiedenis kent, weet dat de problemen niet zo groot zijn als we onszelf wijsmaken.

Waarom denken we dat dan?
Het is veel makkelijker geworden een mening te verspreiden. Vroeger had je alleen die ene oom op een verjaardagsfeestje die op een nare manier heel uitgesproken was, nu kan iedereen op allerlei plekken van alles roepen. Dat is aangejaagd in de periode-ik-zeg-wat-ik-denk. Maar als je zegt wat je denkt, betekent dat niet dat je ook iets bijzonders gedacht hebt. Er is nu eenmaal een groot verschil tussen iets denken en iets doordacht hebben. In Rotterdam zeggen ze: ik geef mijn bek een douw. Het is een weinig waardevolle vorm van meningsuiting. Maar ik heb niet de hoop dat ik dat kan stoppen.

Vooral over immigratie worden soms felle discussies gevoerd.

We moeten grenzen niet te belangrijk maken. Als kind ging ik met mijn ouders mee boodschappen doen in Duitsland en de Duitsers kwamen op zaterdag naar Enschede. Toen al, nu nog. Als mijn wieg 10 kilometer verderop had gestaan was ik Duitser geweest. Wat scheelt het. De verschillen tussen ons zijn minimaal en toch loopt er een grens tussen. Iedereen komt ergens vandaan, heeft een verleden. Zoals Thé Lau zong: iedereen is van de wereld, en de wereld is van iedereen. Maar op de een of andere manier is het moeilijk om dat zo ruim te zien. Dat heeft te maken met angst, maar ook met belangen.

Wat weet u nog van uw kindertijd?
Mijn herinneringen aan Enschede stammen uit de jaren 60. De Boulevard was de drukste straat, maar niet zo heel druk. Mijn favoriete plek was het huis van mijn grootouders, de onderduikouders van mijn moeder, aan de IJsbaanweg. Ik was dol op hen. En ik genoot van de openbare bibliotheek, waar ik onbeperkt kon lezen. Dat werd ook gestimuleerd op de montessorischool, een fijne school, al ontdekte ik later dat je daar vanaf kon komen zonder enige rekenvaardigheid. In de brugklas zag ik voor het eerst een staartdeling. Fuck, wat is dat? Maar ik had wel toneel leren spelen, creatieve vaardigheden ontwikkeld. Dat is uiteindelijk belangrijker dan wiskunde.

Komt u nog eens definitief terug?
Die behoefte heb ik nooit. En dan? Mensen en plekken terugzien van vroeger? Die gedachte beneemt me bijna de adem. Ik zoek geen vertrouwdheid, ik wil vooruit. Ik heb nog wel eens naar een huis gekeken in de omgeving van Ootmarsum. Misschien kom ik daar ooit terecht. Maar terug naar Twente klinkt toch beangstigend.

Geldt voor u niettemin eens een Tukker, altijd een Tukker?
Dat is een geuzennaam, toch? Ik heb een band met Enschede, mijn jeugd daar is diep in mij gegrift. Maar ik voel me geen Tukker. Als ik me toch iets moet voelen, dan voel ik me vooral joods. Mijn moeder is joods en omdat ik ernstig ben ingesteld, ben ik me in die geschiedenis gaan verdiepen. Al kom ik niet elke zaterdag in de synagoge, het is toch de kern waaruit ik besta.

© Newsroom Enschede, de samenwerking tussen TC Tubantia en 1Twente Enschede, foto: Marcel Möring

Deel deze pagina: