Live Live

Paul ruimt dagelijks zwerfvuil op in Roombeek: ‘Mensen steken de duim op’

Vrijdag 06 december 2019 09:45

Paul ruimt dagelijks zwerfvuil op in Roombeek: ‘Mensen steken de duim op’

Met zijn lange, grijze baard en wilde haardos is hij een opvallende verschijning in Roombeek. Elke dag ruimt Paul Looms zwerfafval op. „Mensen steken de duim op”, zegt de deelnemer aan een werkproject van de welzijnsorganisatie Surplus.

Bert Hellegers | Tubantia

Hij is een man van weinig woorden. „Ik ben geen prater. Geen Tweede Kamer”, zegt Paul Looms. De ogen twinkelen boven zijn ruige baard. Hij heeft het ondanks de regen op deze dag naar zijn zin op zijn ronde door Roombeek en omgeving. Paul (58) houdt er de straten schoon. Al zo’n anderhalf jaar zamelt hij zwerfvuil in. Als deelnemer aan één van de werkprojecten van de welzijnsorganisatie Surplus.

Kwetsbare mensen
Deze organisatie begeleidt kwetsbare mensen. „Veelal gaat het om een verslavingsachtergrond of omdat ze psychisch in de knel zitten”, zegt werkbegeleider Kim Menkehorst. Hij heeft even moeten zoeken om voor Paul de juiste werkplek te vinden. „Paul doet het liefste iets in zijn uppie én buiten. We hebben de indruk dat hij dit graag doet.”

Zijn werkterrein is nu dichtbij de plek waar hij is geboren en getogen. Paul is een jongen van Deppenbroek, opgegroeid in een gezin met drie kinderen. Hij volgde de opleiding lts-metselen, maar werkte nooit in de bouw. Door een kapotte knie, zegt hij. Eigenlijk heeft hij nooit een vaste baan gehad. Wel klussen hier en daar, veelal via uitzendbureaus.

Schulden
Hij woonde altijd alleen. Zijn twee zussen ziet hij nooit meer. Ook met zijn 90-jarige vader in Borne heeft hij geen contact. Af en toe spreekt hij nog wel zijn broer. Sinds ruim twintig jaar heeft hij een kamer in het sociaal pension Vredenberg. Daar kwam hij terecht nadat hij vanwege een forse huurachterstand door de woningcorporatie uit zijn woning was gezet. „Ik had schulden”, zegt hij. „Ik heb iets te vaak in het café gezeten.”

Over het opruimen van zwerfafval doet hij aanvankelijk luchtig. „Ik heb wat te doen.” Maar daarna vertelt hij enthousiast over de opmerkingen die hij krijgt op zijn dagelijkse ronde door de wijk Roombeek. Hij is in zichzelf gekeerd, maar er ontgaat hem weinig. Voor een praatje blijft hij nooit lang staan, maar het betekent niet dat hij de reacties niet leuk vindt. „Mensen steken de duim omhoog. Zeggen: ‘Goed werk’. Dat is wel mooi.”

De waardering van buurtbewoners en passanten doet hem zichtbaar goed. Bij de supermarkt Jumbo in Roombeek kreeg hij onlangs van een voorbijganger stroopwafels in de handen gedrukt. En vorig jaar gaf iemand hem spontaan 5 euro. „Die man zei dat hij respect had voor mijn werk. Hij vroeg wel of ik voor de gemeente werkte.” Hij lacht en zegt dan: „‘Nee’, antwoordde ik, want anders had ik dat geld denk ik niet gekregen.”

Sinterklaas
Hij beseft dat hij door zijn lange baard, wilde haardos en klompen een opvallende verschijning is in het straatbeeld. „Zo zie ik er al lang uit.” Hij is het gewend dat jongeren naar hem roepen. Eerder vaak ‘Osama’, nu meestal ‘Sinterklaas’ of ‘Kerstman’.

„Vind ik niet erg. Geen probleem. Vorige week kwam er een jochie bij me die vroeg of ik een snoepje wilde en of ik wel een slaapplek had.” Hij stelde het jongetje gerust. Hoewel zijn onderkomen sober is. „In zijn kamer staat niet meer dan een bed, een stoel en een tafel”, zegt Kim Menkehorst. Zijn werkbegeleider regelde een keer een tweedehandstelevisie voor Paul, maar daaraan had hij geen behoefte. „Ik heb vroeger wel een tv gehad, maar het interesseert me niet. Ik kijk toch niet.”

Condooms
Hij neemt zijn werktijden serieus. Zijn ronde duurt precies drie uur, zegt hij. Als hij ’s morgens later begint, dan loopt hij langer door. Hij verbaast zich erover wat mensen schijnbaar achteloos op straat gooien. „Van alles: plastic, papier, blikjes, tampons, condooms.”

Van kapotgegooide flessen baalt hij. Dan moet hij veel moeite doen om de glasscherven met zijn grijparm van de tegels te rapen. Elke dag levert hij rond het middaguur bij de vestiging van Surplus aan de Lasondersingel een volle plastic zak met afval in. Wat hij daarna doet? „Dan ga ik naar mijn kamer. Rusten.” Paul is niet iemand die ver vooruit kijkt. Zijn toekomst houdt hem niet bezig. „Waarom zou ik? Ik loop hier nu, leef hier en voor de rest zie ik wel wat er komt.”

Surplus
De stichting Surplus richt zich op begeleiding en dagbesteding voor kwetsbare mensen. Veelal gaat het om mensen met een handicap, een verslavingsachtergrond en/of psychische problemen. De verschillende projecten van de welzijnsorganisatie tellen momenteel zo’n 220 deelnemers. Ze zijn grotendeels afkomstig uit Enschede, maar de stichting is inmiddels ook actief in Almelo en Zenderen. De projecten worden bekostigd met onder andere subsidies van verschillende overheden. In Enschede heeft Surplus meerdere vestigingen. Ook zijn er plekken waar begeleid wonen wordt aangeboden.

Deel deze pagina: