Live Live

Patatnozems terug op hun volksbuurtje Paasweiplein aan de rand van Ribbelt/Stokhorst

Gepubliceerd: Zondag 08 september 2019 11:16

Patatnozems terug op hun volksbuurtje Paasweiplein aan de rand van Ribbelt/Stokhorst

Een hele generatie groeide op rond het Paasweiplein, midden in een volksbuurtje aan de rand van Ribbelt/Stokhorst. Vier van de vroegere straatschoffies hopen met een reünie zoveel mogelijk jeugdvriendjes uit de periode tussen 1945 en 1970 bij elkaar te krijgen.

Met verontwaardiging merken ze dat hun vroegere speelterrein nu een poepveldje is. Hans Zeelte (71), Jan van der Most (71), Roelof Oldejans (70) en Henk Terink (73) ontwijken met de nodige moeite de hondendrollen als ze midden op het Paasweiplein herinneringen ophalen aan hun jeugd. Het plein, midden in een volksbuurtje aan de rand van Ribbelt/Stokhorst, was de verzamelplek voor doldwaze avonturen en af en toe een beetje kattenkwaad. Ze hopen met een reünie zoveel mogelijk van hun oude vrienden weer bij elkaar te krijgen.

Ze constateren met verbazing dat er op deze middag geen kind is te ontdekken. „Niemand speelt nog buiten.” Dat was in hun jeugdjaren anders. Ze waren altijd op het pleintje te vinden. Als ze moesten eten, sleepte vader ze aan hun oren naar huis, maar direct nadat de gehaktbal naar binnen was gewerkt, stonden ze alweer op straat.

Briefjes
„Voetballen, knikkeren, verstoppertje. Alles gebeurde op dit plein. Hier stonden toen nog twee heel grote bomen. Daar klommen we tot in de nok in. En daar”, ze wijzen op een rij woningen, „was in het begin nog een stuk braakliggend grond. Daar hadden we een fietskuil. Hielden we wedstrijden. Dat maakten we bekend met briefjes in de brievenbussen. Dan kwam de hele buurt kijken.”

Cafetaria
Het volksbuurtje met sociale huurwoningen van ‘Licht en Lucht’ was een dorp op zich, met veel voorzieningen in de directe omgeving. „Een slager, groentezaak, bakker en een sigarenwinkel; alles was er. In het buurtwinkeltje op de hoek had iedereen een boekje. Daar werd een keer in de week afgerekend.” De jongens waren vooral bij de cafetaria te vinden. „Patatnozems waren we.”

Ze keken met enig ontzag naar een groepje jongens dat enkele jaren ouder was. „Dat waren rockers. Die speelden niet zoveel op straat, maar maakten muziek.” Daartoe behoorden Hans en Ely van Tongeren, die later furore maakten met The Buffoons. „De kuif van hen was mooier dan die van ons.”

Koffiemelk
Hans Zeelte is het daar niet mee eens. Net als de anderen heeft hij foto’s uit zijn jeugdjaren bij zich. Op een daarvan kijkt hij stoer naar de fotograaf. „Mooie kuif toch? We hadden geen geld voor Brylcreem en streken koffiemelk in het haar. Als het begon te regenen, had ik er witte druppels inhangen.”

Het Paasweiplein is niet meer te vergelijken met het speelterrein uit hun jeugdjaren, maar het straatbeeld is niet al te veel veranderd. De smalle gangetjes tussen de woningen zijn gebleven. Het viertal lacht. „Daar hielden we wedstrijdjes wie het hoogste tegen de muur kan plassen.”

Na hun trouwen, zwierven ze uit over de stad, maar als ze elkaar tegenkwamen, ging het altijd over hun jeugdjaren. Ze willen graag ook met andere ‘kinderen van het Paasweiplein’ herinneringen ophalen uit de periode 1945-1970. Daarvoor houden ze op woensdag 6 november een reünie in Brasserie De Potkachel.

© Newsroom Enschede, de samenwerking tussen TC Tubantia en 1Twente Enschede, foto: Annina Romita

Deel deze pagina: