Live Live

Militair noodhuisje gedoogd in de Enschedese villawijk

Gepubliceerd: Zaterdag 18 augustus 2018 08:58

Militair noodhuisje gedoogd in de Enschedese villawijk

Tussen de rietgedekte villa’s-in-aanbouw van ’t Vaneker staat een piepklein houten huisje. Rondom ligt een keurig tuintje met een vijver en bloeiende bloemen, omzoomd door een laag hegje. Het huisje moet van de aardbodem verdwijnen.

Het knusse huisje wordt al 52 jaar bewoond door Gerrie van de Wetering, bijna 85, en haar 54-jarige dochter Rita. Vader Bertus, twaalf jaar geleden overleden, werkte als vliegtuigmonteur bij de luchtmacht. Met Gerrie betrok hij de woning in de jaren 60. Een naoorlogse houten noodwoning, in eerste instantie gebouwd voor piloten. Het gezin Van de Wetering kocht het huisje en pachtte de grond van Defensie.

Later werd de grond eigendom van de gemeente. En al die jaren woonden ze er rustig. Totdat een jaar of vijf geleden de kogel door de kerk ging: de Zuidkamp werd een villawijk. Kavel na kavel werd verkocht, bouwbedrijven rijden nu af en aan en langzaam verdwijnt de rust en het groen om hen heen.

Rustig stukje
Vanuit hun kleine woonkamer zien Rita en Gerrie hun omgeving veranderen. Op kaarten van ’t Vaneker staat al een villa ingetekend op hun rustige stukje van de wereld. „Eigenlijk zitten we in de weg”, zegt Rita. „We mogen hier blijven zolang als we willen, maar het voelt niet zo.”

Zodra moeder Gerrie het huisje verlaat moet het plat. Zo is het in de jaren 70 vastgelegd en zo is het ook de buren vergaan. „De buurvrouw was in de 90. Ze is naar een verpleeghuis gegaan. Haar zoons hebben het huis eigenhandig afgebroken.” Rita zou best willen blijven, maar ze kan de grond niet betalen. Ze hebben het wel gevraagd. „We vroegen: kunnen wij dit niet kopen en er een klein stenen huisje neerzetten?”, vertelt Gerrie. „En kun je ons dan iets tegemoet komen met de prijs, want het gaat om 700 vierkante meter en zoveel heeft Rita niet nodig. Maar we kregen ‘nee’ te horen.”

Noodwoningen
Rita groeide op binnen de hekken van het luchtmachtterrein. Er woonde een tiental gezinnen, bijna allemaal in vergelijkbare noodwoningen. „Je zou denken dat het hier eenzaam was, maar dat was niet zo. Er waren altijd buurkinderen. Er was ook weinig verkeer. We fietsten, we bouwden hutten in het bos en voetbalden op het sportterrein. En het was hier veilig. ’s Nachts reed er bewaking rond. Er waren twee ingangen en daar stonden wachten bij. Zonder pasje kwam niemand het terrein op. Deuren deden we nooit op slot, dat was niet nodig.”

De militaire bedrijvigheid zorgde voor afwisseling. „Als er schietoefeningen waren, gingen wij losse flodders zoeken. Er landden hier helikopters, soldaten lagen verstopt in de bosjes.” Soms waren er ’s nachts oefeningen. Het alarm ging, Bertus sprong uit bed, zijn vrouw en dochter draaiden zich om en sliepen door. Het hoorde bij het leven op de luchtmachtbasis.

Plataan gekapt
Bertus woonde na zijn pensionering nog bijna twintig jaar op zijn mooie stekje. Gerrie is blij dat hij niet hoeft te zien hoe de Zuidkamp nu verandert. De nieuwe bewoners kochten een kavel in een groene omgeving, maar van dat groen is steeds minder over. „Hiernaast stond een mooie oude plataan. Die is laatst op een middag gekapt. Ik kwam thuis en hij was weg”, zegt Gerrie. „Er liepen reeën, vossen, hazen”, zegt Rita. „Die zijn er nu niet meer. De villabewoners willen in het groen wonen, maar zodra ze gaan bouwen kappen ze alle bomen.”

Een deel van de nieuwe bewoners kocht geen kavel maar een barak, gebouwd door de Duitsers. De panden worden door architecten en onder strenge voorwaarden verbouwd tot woningen. Zelfs het voormalige ‘dodenhuisje’ krijgt een tweede leven. „Daar hebben militairen opgebaard gelegen. En de buren ook”, zegt Gerrie. „Straks ligt dat allemaal gewoon in een woonwijk.” Rita begrijpt het niet. „Ik geef zelf geschiedenisles en je had hier prachtig les kunnen geven. Maar de geschiedenis van dit terrein interesseert ze niks. Ik probeerde er laatst iets over te vertellen aan een nieuwe bewoner, maar het zal ze worst zijn.”

Rijke stinkerd
De kavel aan de overkant is onlangs ook verkocht. De bouw van deze villa begint waarschijnlijk in het voorjaar van 2019. Hun uitzicht is dan voorgoed verleden tijd. Keurig aangeharkte tuintjes en hegjes komen ervoor terug. „We moeten er maar mee leren leven”, zegt Gerrie. Een auto rijdt langs. „Weer zo’n rijke stinkerd”, moppert ze. „Soms ben ik buiten en lopen er mensen langs. Ik hoor ze dan tegen elkaar zeggen: wat zouden ze met dit huisje doen? En dan kijk ik om de hoek en ik zeg: dat blijft hier voorlopig gewoon staan.”

Ze giechelt. „Er gebeurt hier vanalles hoor. Prachtig. Ik heb het nog nooit zo druk gehad.” Ook al is het houten huisje in matige staat en is het telkens weer een afweging of een reparatie nog zin heeft, Gerrie wil er niet weg. „Als ik hier nog vijf jaar mag leven ben ik blij.”

Album
Rita heeft een album gemaakt met foto’s van hoe het vroeger was. Er bestaan maar weinig foto’s van de militaire panden. „Dat snap ik ook wel. Bij de ingang hing een bord: verboden te fotograferen. Dus dat gebeurde nauwelijks.”

Ze heeft al contact opgenomen met Defensie en reist komende week weer af naar Den Haag om in oude kronieken van de luchtmacht te spitten. Wie nog foto’s heeft, en in het bijzonder van de barakken, doet haar een groot plezier. Haar mailadres: ghvdwetering@skyaccess.nl.

© Newsroom Enschede, de samenwerking tussen TC Tubantia en 1Twente Enschede, foto: Carlo ter Ellen

Deel deze pagina: