Live Live

Jodensterren gedrukt in Enschedese fabriek: ‘Ik was stomverbaasd’

Gepubliceerd: Donderdag 13 februari 2020 20:40

Jodensterren gedrukt in Enschedese fabriek: ‘Ik was stomverbaasd’

Van de twee lappen met Jodensterren die de oorlog doorstonden, was er donderdag eentje voor even terug in Enschede. Daar, in textielfabriek De Nijverheid, werden ze in 1941 gedrukt. Oud-directeur Henk van Gelderen, zelf Joods, stopt zijn emoties weg. „Uiteindelijk is dit niet meer dan een lapje stof.”

Herman Haverkate | Tubantia

Hij is alweer een paar weken aan het werk als een medewerker in het magazijn een la opentrekt. Het lapje stof dat tevoorschijn komt, trekt onmiddellijk zijn aandacht. Het is geel en bedrukt met vijfpuntige sterren met in het midden het woord ‘Jood’. Henk van Gelderen staat erbij en kijkt ernaar. „Je kon een speld horen vallen.” Mei 1946: Henk van Gelderen is terug in Enschede.

„Wat er in de oorlog op de fabriek gebeurd was, wist ik niet. Omdat ik zelf Joods was, zat ik ondergedoken in Amsterdam. Het verhaal was me nog niet verteld. Dat die vermaledijde Jodensterren gedrukt waren in onze fabriek? Ik was stomverbaasd.”

Als hij om zich heen kijkt en de schaamte ziet in de ogen van zijn mensen, begint onmiddellijk de relativering. „Wat hadden ze anders moeten doen? De fabriek had een Duitse beheerder. Ze kregen gewoon die opdracht. Ze moesten eten. Als zij die niet hadden uitgevoerd, had een ander het gedaan.”

Blind
Hij is 98, Henk van Gelderen. Overlevende van de oorlog, oud-directeur van De Nijverheid, oud-verzetsstrijder en telg uit een Joods-Enschedese familie. Vandaag, op een regenachtige donderdagochtend, schuifelt hij door de kamer van zijn huis in Enschede-Zuid. Op de tast, want sinds een week is hij nagenoeg blind.

De gele lap die op de salontafel ligt, kan hij niet meer zien, alleen voelen. Marischka de Louw, collectiebeheerder van het Joods-Historisch Museum in Amsterdam, heeft hem voor één dag meegenomen naar Enschede. Van Gelderen en de lap met Jodensterren worden herenigd voor een documentaire die Enschedeër Willy Berends samen met Erik Dijkstra maakt over de Twentse verzetsdominee Leendert Overduin.

Ondanks de geladenheid van het moment, reageert Van Gelderen met grote nuchterheid. „Het is maar stof. We hebben er zelfs grappen over gemaakt. Als ik aan de oorlog denk, dan denk ik aan hele andere dingen. Ik vind het mooi om dit weer even in mijn handen te hebben, maar het roept geen emoties op.”

Terug in de la
Dezelfde nuchterheid voelt hij als het leven na de bevrijding weer begint. De ondernemer met zijn verzetsverleden in Amsterdam en een broer die de oorlog niet overleeft, duikt na de bevrijding onder in zijn werk. De stof die in 1946 wordt ontdekt, verdwijnt weer in de la en Van Gelderen zwijgt.

Zelfs als Lou de Jong in zijn standaardwerk over Nederland in de Tweede Wereldoorlog veronderstelt dat de Jodensterren in Polen zijn gedrukt, voelt hij geen aandrang om het verhaal te vertellen. „Ik heb nooit begrepen waarom dit van belang was. Ja, die sterren zijn in Nederland gedrukt. Verandert dat iets aan het lot dat al die vrienden en familieleden is overkomen?”

Pas in de jaren ’90 als een medewerker van het Joods-Historisch Museum de herkomst van de Jodensterren ontdekt, treedt ook van Van Gelderen naar buiten. Meer dan een half miljoen worden er in Enschede gedrukt. Van de 140.000 Joden in Nederland heeft het grootste deel ze gedragen. Ze worden met ingang van 29 april 1942 verplicht. Voor iedere familie zijn er vier sterren. Ze kosten vier cent per stuk.

Valse naam
Zelf heeft hij nooit een ster gedragen. Beschermd door een vals persoonsbewijs komt hij in Amsterdam de oorlog door onder de naam Johannes Boers. Hij is er samen met zijn zeven jaar oudere broer actief in het verzet. „Pas daar heb ik hem echt leren kennen. Voor het eerst viel het leeftijdsverschil weg. Hij is met het allerlaatste transport naar Oranienburg weggevoerd en vermoord.”

Treurig kan hij nog altijd worden als hij terugdenkt aan wat er met hem is gebeurd. „Die ene vraag: waarom hij en ik niet: die blijf ik altijd stellen. Ik ben 98 en leef nog steeds, zij het met beperkingen. Maar hij is al 75 jaar dood.”

Voetnoot

Sinds hij gestopt is met zijn actieve leven, zijn de herinneringen sterker geworden. „Je hebt meer tijd om te mijmeren. Dan komen al die dingen uit die rotoorlog terug. En de angst natuurlijk dat het weer zou kunnen gebeuren. Die is er elke dag. Nee, niet die sterren. Die zijn niet meer dan een voetnoot in de geschiedenis. Dat ze werden gedrukt in een Joodse fabriek: dat zegt alles over wat deze mensen dreef. ”

Als het doek met de sterren weer is opgerold, zit hij nog even op de bank. De camera is weg. Van Gelderen is eindelijk alleen. „Ik heb me nergens voor geschaamd”, zegt hij, „ook niet voor de mensen in mijn eigen fabriek. Het leven was al moeilijk genoeg. Voor schaamte is alleen reden als er echt een alternatief zou zijn geweest. Ik zeg nog steeds, in volle overtuiging: dat alternatief is er nooit geweest.”

© Newsroom Enschede, de samenwerking tussen TC Tubantia en 1Twente Enschede. Foto: Emiel Muijderman

Deel deze pagina: