Live Live

Jeansmaker Paul Kruize uit Enschede: ‘Wat ik doe gaat niet over mode’

Gepubliceerd: Woensdag 12 juni 2019 09:18

Jeansmaker Paul Kruize uit Enschede: ‘Wat ik doe gaat niet over mode’

De op maat gemaakte jeans van Paul Kruize gaan de hele wereld over. Na vijf jaar zoekt hij variatie: hij maakt nu ook shirts en jasjes. Zijn droom is om met een ‘trunk show’ zijn klanten in het buitenland op te zoeken.

Vraag Paul Kruize niet wat op dit moment de trends in jeans zijn. „Wat ik doe, gaat meer over stijl dan mode. Het is zoals Oscar Wilde ooit zei: ‘Mode is een vorm van lelijkheid zo ontoelaatbaar dat we het elke zes maanden moeten veranderen’.” Hij is kleermaker, maakt spijkerbroeken op maat, in overleg met zijn klanten. Het type mens dat bij hem een spijkerbroek koopt? „Veel van mijn klanten zijn autonoom. Ze houden van maatwerk of vinden het proces heel interessant. Wat ik doe is een ambacht.”

Vijf jaar geleden begon Paul Kruize (56) zijn eenmansbedrijf op de bovenverdieping van zijn woning in Roombeek. Hij was meubel- en interieurontwerper, maar wilde weer maken. „Ik wilde de diepte in, mij beperken en iets maken dat duurzaam is. Kostuums zijn te ingewikkeld, het zou jaren kosten voordat ik er heel goed in zou worden. Ik ben altijd een liefhebber van jeans geweest, heb altijd jeans gedragen. Ik vond het mooi om mij daar op te focussen.”

Hoe wist je dat er een markt was voor maatjeans?
„Je kunt wel aan een vraag voldoen, maar welke vraag dan? Een merk heeft honderdduizenden klanten nodig om te kunnen bestaan. Ik ben gewoon begonnen, kleinschalig en hoogwaardig. Je moet je onderscheiden. Dat betekent dat je de beste in je vak moet worden.”

Om aan klanten te komen, moet je je laten zien, was zijn redenering. En na vijf jaar kan Paul Kruize zeggen: „Het gaat goed. 2017 was een lekker jaar, 2018 zat daar boven en nu gaat het nóg beter. Ik ben continu aan het werk. Ik kan maar twee broeken in een week maken; ik kan geen honderden klanten aan.”

Hoe lang moet iemand wachten op een spijkerbroek?
„Een week of zes.” Hij lacht. „Tot nu toe heeft niemand haast gehad.” Als hij sneller en meer zou willen, moet hij iemand in dienst nemen. „Dat wil ik niet. Ik wil het hele proces zelf doen. Er is maar een manier om meer te verdienen, en dat is de prijs verhogen. Dat is ook wel gebeurd, in de loop van de tijd.”

Een jeans van jouw hand is niet goedkoop.
„800 euro. Ik zeg er altijd bij: vanaf. Maar toch. Ik heb liever dat iemand een broek van 30 euro koopt bij Hennes & Maurits en die tot in den treure draagt, dan dat hij iets bij mij laat maken en het maar één keer aantrekt. Denk na over hoe je je geld besteedt. Daar zit inderdaad mijn levensfilosofie in. Hier staat geen vieze diesel voor de deur. Jassen maak ik niet, maar de jassen die ik draag zijn vintage. Vintage is gelijkwaardig aan maatwerk en duurzaam. Niet alles kan verantwoord, maar áls je zondigt, besef dat dan.”

Hij maakt sinds kort ook shirts en jasjes. „Als ik het even rustig heb, maak ik iets voor mijzelf. Dan probeer ik iets uit. De laatste twee jaar shirts en workerjasjes. Ik heb grip op het patroon nu, en post het online. Dan zijn er klanten die zeggen: dat wil ik ook.”

Een shirt is goedkoper dan een broek, maar er zit evenveel werk in.
„Groei zit bij mij niet in méér, maar in ontwikkeling. Het is leuk om variatie te hebben.” Hij heeft een klant, zegt hij, waarvoor hij in vier jaar tijd wel 35 dingen heeft gemaakt. „Hij woont in New York. Ik weet niet eens hoe hij eruitziet, hij zit ook niet op social media. Maar we kennen elkaar goed, je bouwt iets op met elkaar. Het is leuk om één broek voor iemand te maken, maar de tweede en de derde zitten altijd beter. Deze man heeft z’n hele leven maatwerk gedragen. Hij daagt mij uit. Hij wilde een broek in geruite tweed, dat had ik nog nooit gedaan. Hij wilde een jeans met dubbele zakken, zodat als je er iets in stopt, de zichtbare zak minder wordt belast. Hij wilde een laptoptas, precies zus en zus en zo. Inhoudelijk is dat interessant voor mij. Een heel leuke klant, omdat hij mij nieuwe dingen laat proberen.”

Waar gaat dat heen met Paul Kruize?
„Da’s een goeie. Ik zit aan mijn tax. Ik heb een mooi palet aan dingen die ik doe. Maar toch… Een trunk show, ken je die term? In Napels zitten veel kleermakers die reizen. Dan gaan ze een week naar een hotel in Londen en komen de Engelse klanten daar om te meten. Later terug om te passen. Een trunk show zou interessant zijn om nieuwe vaste klanten te krijgen. Maar dan moet ik eerst iets bedenken om het te bekostigen. Een week in New York: je betaalt je blauw aan overnachtingen.” Dan zou hij eindelijk zijn inspirerende mysterie-klant kunnen treffen.

© Newsroom Enschede, de samenwerking tussen TC Tubantia en 1Twente Enschede, foto: Reinier van Willigen

Deel deze pagina: