Live Live

Enschedese kunstenaar Frans Baake: ‘Tristan da Cunha reisde mijn hele leven mee’

Zaterdag 24 maart 2018 12:14

Enschedese kunstenaar Frans Baake: ‘Tristan da Cunha reisde mijn hele leven mee’

Meer dan 46 jaar droomde hij van een reis naar Tristan da Cunha, het schier onbereikbare eiland in de Atlantische Oceaan. Vorige zomer lukte het. Frans Baake: „Ik wist er de weg, was er alleen nog niet geweest.”

In de woonkamer van kunstenaar Frans Baake hangt een grote wereldkaart. Zelfs geblinddoekt zou hij meteen dat minieme eiland midden in de Atlantische Oceaan weten aan te wijzen. Het meest afgelegen eiland ter wereld. Tristan da Cunha. Hij is er sinds 1971 door geobsedeerd. „Door eilanden sowieso. Ik kom uit Delden, daar zat niks. Het kanaal.”

Eilanden
Als jongetje had hij het al. Hij tekende kaarten van eilanden. Corsica bijvoorbeeld. En hij zat uren te turen in atlassen en oude encyclopedieën. In zijn atelier, op de zolder van zijn woning in Enschede, hangt een houtsnede met drie bijna ronde eilanden. Wat de vraag oproept of zijn fascinatie met de vorm te maken heeft. „Misschien, maar ik denk eerder met eenzaamheid, het ultieme, het verre, de periferie.” Naar de Faeröer reisde Baake (1958) al toen hij op de Rijksacademie zat. IJsland, de eilanden rond Alaska, de Falklands.

Heb jij ‘Fernweh’?
„Ja, ik wil ze wel gezien hebben. Zoals iemand tegen mij zei: nu kun je ze op de kaart zetten.”

Mini-archipel
Tristan da Cunha is een geval apart. Het eiland, en de mini-archipel er omheen, ligt totaal geïsoleerd onderin de oceaan, net iets ten noorden van de lijn tussen Kaap de Goede Hoop en Kaap Hoorn. Het is niet met een vliegtuig te bereiken. Acht keer per jaar wordt het bevoorraad vanuit Kaapstad.

Odyssey
Tot voor kort kwam er bovendien twee keer per jaar een soort lijndienst langs. Baake nam vorig jaar deel aan deze Atlantic Odyssey, de op een na laatste vaart. De route, van Ushuaia, de zuidelijkste stad ter wereld in Latijns-Amerika, tot Spitsbergen wordt niet meer bevaren. Door de klimaatverandering is het einde verhaal. „Blij dat het toch nog gelukt is.”

Even een ticket boeken via de gangbare weg ging namelijk niet gemakkelijk. „Ik stuurde een e-mail en hoorde twee jaar niks. Dat had ik wel min of meer verwacht.” Langs een andere weg lukte het. Maar toen was nog allerminst zeker of hij Tristan da Cunha daadwerkelijk zou bereiken. Het kan zomaar zijn dat schepen vanwege het onstuimige weer rond het eiland onverrichter zake moeten terugkeren.

Gids
De Nederlandse reiziger Albert Beintema bezocht het eiland twaalf keer als gids van Atlantic Odyssey. Drie keer kon hij niet landen. Dit moet de reden zijn dat eilandengek Boudewijn Büch en programmamaakster Floortje Dessing nooit op Tristan da Cunha waren. Te lang onderweg, te duur, te onzeker. Maar Baake was er. Hij voer 11.000 kilometer, was vijf weken van huis.
Wie kwam je op het schip tegen?
„Laat me eerst vertellen dat er plek was voor 112 personen, maar dat er maar 45 meegingen. De reis daarna, de laatste, was wel uitverkocht. Ja, gek, als er zoveel belangstelling is. Ik zou een plek in een vierpersoonshut krijgen. De goedkoopste optie. Ik had een beurs van het Mondriaan Fonds, dus ik moest zuinig zijn. Een week van tevoren kreeg ik te horen dat ik in een tweepersoonshut zou bivakkeren. Toen kwam de andere passagier niet opdagen. Ideaal.”

„Wie er wel waren? Allemaal notoire reizigers. Al was niemand eerder op Tristan da Cunha geweest. Een Vlaams echtpaar had een keer niet op het eiland kunnen landen. De vrouw stond te huilen van geluk toen we er waren. Een Amerikaan wilde in alle landen van de wereld zijn geweest. Eén voet over de grens was genoeg. En vogelaars, vanwege de albatroskolonie en andere soorten. Vergeleken met deze mensen was ik nergens geweest. Ik was de grote thuisblijver van het gezelschap.”

Camera’
Frans Baake had een breed arsenaal aan eenvoudige camera’s bij zich. „Veel analoog materiaal van de Hema op Roombeek.” Tijd zat onderweg. Op een middag, toen de andere passagiers hadden begrepen dat er een Nederlandse kunstenaar aan boord was, gaf hij een ‘artists talk’.

Zonderling
„Ze zagen me als een zonderling, maar eigenlijk waren we allemaal zonderlingen bij elkaar.” En dat in oplopende spanning of de reis succesvol zou zijn. Zouden de weergoden toestaan dat er werd geland op Tristan da Cunha? „Het leek er eerst niet op. We naderden het eiland in het ochtendgloren. Het was mooi weer, dachten we. Daar lag Edinburgh of the Seven Seas.” De hoofdstad, voor zover daar sprake van is op een eiland met 262 inwoners.

„Het schip klotste verder. Er werd een Zodiac uitgezet, een landingsbootje. Kijken of ze konden landen. Een half uur later: het ging niet. De haven was een centrifuge, het water kolkte in het havenbekken. Iedereen gedroeg zich als kinderen op een schoolreisje, allemaal driftig en nerveus. Maar opeens kon het toch. Zwemvesten aan, de Zodiacs in. Gelukkig dat we maar met 45 waren, toen was het zo gepiept. Met een golf mee, zo hup, met een bloedgang de haven in en het land op.”

Het was 1971 toen hij een Kijk! opsloeg. Uiteraard heeft hij het tijdschrift bewaard. Een verhaal over dat mythische eiland. De tekening was ‘geleend’ van een oude National Geographic, alleen waren de zwarte passagiers vervangen door blanke. Vanaf dat moment was hij geobsedeerd. Hij las alles over Tristan da Cunha. Romans, reisverhalen, geschiedenisboeken. „De bibliotheek van de VU heeft veel.” Een nieuwe wereld ging open door internet. „Toen kon ik met Google Earth het eiland nader bekijken.” Vandaar dat hij kan zeggen, toen hij er stond: „Ik wist er de weg al. Ik ben er groot mee geworden. Ik wist alles en iedereen al te vinden. Alleen was ik er nog nooit geweest.”

Wat deed je het eerst, na 46 jaar verlangen was je er eindelijk?
„Iedereen was meteen weg. Had ik niet verwacht. Ik dacht dat iedereen foto’s zou gaan maken bij het bord ‘Welcome to the remotest island’. Dat zou drommen worden, dacht ik. Ik holde er meteen naar toe. Niemand. Ik stond er met alleen een Amerikaan. Toen hebben we elkaar maar op de foto gezet. Ik vond het geweldig en prachtig.”

Voorliefde
Geloof het of niet, Baake had een specifiek doel op het eiland. „Ik heb een voorliefde voor afgelegen weggetjes. Op Google Earth, maar eerder ook al op kaarten, had ik gezien dat er één weggetje op Tristan da Cunha loopt. Over de Potato Patches, de aardappelvelden. Een weggetje van 4 kilometer. Op een gegeven moment houdt het op. Ik wilde zien hoe dat weggetje er uit zag. Het was mijn levenswens, ooit daar staan. Waar hield het op? En waarom? Wat waren de overwegingen toen om te zeggen: tot hier en niet verder?”

Hij laat foto’s zien. Daar staat Frans Baake. Eén voet op het beton, één op het gras. Op die ene plek. Ja! Een brede maar uitgekiende selectie van de foto’s heeft een plaats gekregen in het kunstenaarsboek dat hij van de reis heeft gemaakt. Het wordt morgen gepresenteerd in Zutphen. Albert Beintema, de Nederlander die het eiland het vaakst heeft bereisd, zal daar bij zijn.

Wat deed het nou allemaal met je?
„Hier is een zorgvuldig antwoord nodig. Aan de ene kant was het een glorieus moment. Vanwege 46 jaar wachten. Het was de invulling van wat je denkt wat je zou zien. Aan de andere kant is het niet wat je dacht. Er wordt gezegd dat het een zoektocht naar mezelf was. Maar een beantwoording was het niet. Het is een gewoon plekje, meer niet. Met dit verschil dat het een onmogelijk eind van de rest van de wereld verwijderd is. Zoals Beintema ooit zei: het is de ontmythologisering van een jongensdroom.”

Dat vind jij nu ook?
„Ja en nee. Dit is nu ingevuld. Ik weet dit nu. Dit eiland ging mijn hele leven met mij mee. Het is tegelijkertijd heel gewoon. Wat is daar dan te beleven? Niks. Dat wist ik van tevoren. Ga naar Noorwegen en je vindt er spectaculairdere landschappen. Het is een mindset. Het is moeilijk er te komen, het bijna onbereikbare heb ik bereikt.”

Hoe lang ben je er gebleven?
„Eén dag.”

Eén dag?!
Vol vuur: „Voor een uur zou ik het doen!”

Zou je er een half jaar willen zitten, wachtend op de volgende boot?
„Nee! Ze willen me ook niet hebben.”

Is er nu iets afgerond?
„Nee, nee, ik ben met dit boekwerk bezig. En er komen nog andere dingen achteraan.”

„We zijn drie dagen in de regio gebleven.” Vanaf het schip maakte hij, met telelens, foto’s van het minuscule eiland Middle. De rotsen daar lijken mensenkoppen te hebben. „Daar maak ik een klein boekje van. De titel heb ik al: The Nowhere of Middle.”

Sint Helena
Via St. Helena voer de Plancius door naar Kaapverdië. Vervolgens vloog Frans Baake via Lissabon naar huis. 34 dagen op reis, waarvan 22 op zee. „Je gevoel voor tijd ben je kwijt.”

Waar heb je nu je zinnen op gezet?
„Ik wil een keer naar Oregon. Niet naar een eiland, maar daar is een stadje dat heet Island City. Met iets van 1.000 inwoners. Wat tref ik er aan? Landbouwmachines waarschijnlijk. Ik ga puur om de naam. Ik blijf wel door-eilanden.”
© Newsroom Enschede, de samenwerking tussen TC Tubantia en 1Twente Enschede - Foto: Carlo ter Ellen

Deel deze pagina: