Live Live

Els Denneboom raakte het joodse geloof kwijt

Gepubliceerd: Vrijdag 15 maart 2019 11:39

Els Denneboom raakte het joodse geloof kwijt

Els Denneboom-Frank is zo oud als de Enschedese synagoge, maar het joodse geloof raakte ze kwijt. Of ze al die dierbaren uit haar verleden ooit terug zal zien? „Nee, 100 procent zeker niet.”

Nog steeds, als ze in haar grote Mercedes over de A1 rijdt, kijkt ze bij Enter even opzij. Daar, aan de linkerkant, ligt de boerderij met het korenveld waar haar vader zich in de oorlog schuilhield voor de Duitsers. In een flits komt dan alles terug. „Meer dan zeventig jaar geleden, maar het lijkt als gisteren. Hoe ouder ik word, hoe dichterbij ik weer bij het verleden kom.”

Ze is negentig, Els Denneboom. Zo oud als de synagoge in Enschede, het gebouw dat zo’n grote rol speelt in haar leven. Ze komt er graag. Nog steeds, zij het niet meer als gelovige. Na jaren van strikte toewijding aan het joodse geloof en alle bijbehorende verplichtingen, is er nu de twijfel. „Als God bestaat, waarom heeft Hij dan laten gebeuren wat er met de joden is gebeurd? Tot voor kort stond er een politiepost voor de synagoge. Acht camera’s zorgen nu voor bewaking. Ook na de oorlog worden we nog bedreigd.”

Ben je bang voor de toekomst?
„Er is te veel haat, te veel belediging. Vooral dat laatste vind ik erg. Ik ben opgegroeid in nazi-Duitsland, maar bij ons thuis heersten de waarden van de Weimar-Republiek. Alle opvattingen werden gedoogd. Mijn grootvader was joods, maar hij vocht gewoon mee met het Duitse leger in de Eerste Wereldoorlog. De scheidslijnen kwamen pas later. Communisten en nazi’s begonnen elkaar uit te schelden en te vermoorden. Belediging werd de norm. Daaraan is de democratie ten onder gegaan.”

Els Denneboom- Frank werd geboren in 1928 in het Duitse Goldenstedt bij Oldenburg. Haar vader was joods, haar moeder luthers. Samen met haar zus, grootouders en ouders woonden ze onder één dak. Het steeds hardere optreden van de nazi’s maakten haar vader geleidelijk het werken onmogelijk. „Hij was veehandelaar. Ik herinner me nog de angst in zijn ogen. Die angst was er elke dag. Angst voor wat er zou kunnen gebeuren. Op een Schützenfest in het dorp in 1938 beledigde een bezopen nazi mijn moeder. Die pakte daarop een fles en sloeg die stuk op zijn hoofd. De volgende dag, in alle vroegte, vertrok mijn vader op de motor naar Nederland. Wij, mijn moeder en zus, gingen hem een paar dagen later achterna.”

De vlucht naar Nederland was voorbereid. Haar tante woonde er al. In Denekamp. „We bezaten een stuk grond in het Enterveen. Mijn vader begon daar een boerderij. Toen de Duitsers kwamen, was de angst terug. Aanvankelijk genoot hij nog bescherming vanwege zijn huwelijk met een niet-joodse vrouw. Maar in 1944 werd hij opgepakt. Het verzet bevrijdde hem een paar dagen later. Vanaf die tijd heeft hij ondergedoken gezeten in het korenveld bij ons huis. We brachten hem ’s nachts eten. Van zijn familie hebben alleen hij en zijn zus het overleefd. De rest, vijf mannen en vrouwen, zijn vermoord. Twee van hen werden overgoten met benzine en in brand gestoken. Dat litteken is nooit verdwenen.”

In hoeverre waren jullie zelf joods?
„We vierden de joodse feesten. Dat maakte als kind diepe indruk. Mijn vader was niet erg gelovig, maar hij ging wel af en toe naar de synagoge. Soms ging ik mee. Maar ik ging ook wel eens met mijn moeder naar de lutherse kerk in het dorp. Toen ik wat ouder werd, stuurden mijn ouders me naar een katholiek internaat met nonnen. Op de dorpsschool moesten kinderen verplicht de Hitler-groet brengen. Mijn ouders wilden niet dat wij dat deden. Ik herinner me nog dat ik het askruisje kreeg. Communie heb ik nooit gedaan. Later, in Enter, ging ik naar de School met de Bijbel. Maar de hang naar de joodse tradities was uiteindelijk het sterkst.”

Na de oorlog en haar huwelijk met de eveneens joodse Karl Denneboom, besloot ze bewust voor het joodse geloof te kiezen. Een lange weg die uiteindelijk ook leidde tot een uitgesteld huwelijk in de synagoge, vijftien jaar na hun wettelijk huwelijk in 1948. Vanuit een grote innerlijke overtuiging en met grote nauwgezetheid leefde ze jarenlang het geloof dat haar verbond met de wereld van haar jeugd. „Mijn opa en oma hadden een koosjere slagerij. Het geloof zat bij hen heel diep. Ik vond het ook heel mooi om te zien hoe binnen zo’n gemeenschap gezorgd werden voor degenen die het moeilijk hadden. Dat laatste vind ik trouwens nog steeds een sterk punt van het geloof.”

Waarom ben je uiteindelijk joods geworden?
„Ik was stateloos en hoorde nergens bij. Pas in 1948 kreeg ik de Nederlandse nationaliteit. Mijn ouders keerden terug naar Duitsland, ik bleef achter. In Enschede, waar ik ging wonen, had je een hechte joodse gemeenschap. Ik wilde daar bij horen. Op dat moment was ik helemaal niets. Geen christen, geen jood, maar iets ertussenin. Mijn keuze was ook heel bewust. Ik was vromer dan Onze Lieve Heer. Mijn man verklaarde me voor gek, maar ik zette door. Op zaterdag naar de synagoge, koosjer eten, Pesach en de andere feesten: ik vond het allemaal even mooi.”

Zielsgelukkig was ze in haar huwelijk. Ze kreeg drie kinderen. Samen met haar man begon ze een bedrijf in Enschede: de papiercentrale. En vanaf de jaren 50 machinefabriek Boa. Maar in de jaren 80 sloeg het noodlot toe. Volkomen onverwacht overleed Karl Denneboom, in hun huis in Boekelo. „Hij zakte zo maar in elkaar. Een embolie. We hebben hem nog beademd. Maar het mocht niet baten. Op de dag na zijn begrafenis ben ik naar de zaak gegaan. Daar zaten meer dan honderd mannen. Mijn zoon vroeg: wat ga je doen? Aanvankelijk wilde ik stoppen en de boel verkopen. Maar mijn zoon zei: ‘Dat kun je niet maken. Denk eens aan al die gezinnen.’ Van de ene op de andere dag was ik opeens directeur.”

Tot in 1997 gaf ze leiding aan het bedrijf. In 1992 was ze de eerste vrouwelijke ondernemer van het jaar geworden. In haar huis in Boekelo heeft ze nog steeds een kantoortje waar ze dagelijks haar zaken behartigt. „Het bedrijf is verkocht, maar het gebouw is nog steeds van ons. Er is nog altijd heel veel te doen.”

Waarom heb je het geloof verloren?
„Verloren is een groot woord. Ik ben het gewoon geleidelijk kwijtgeraakt. Op een gegeven moment vraag je je dan af wat ervan is overgebleven. Het joodse geloof is iets moois, maar kracht heb ik er nooit door gehad. In mijn donkerste uren was het niet God, maar de hulp van mensen die me erdoorheen heeft getrokken. Ik ben van nature sterk. Na de dood van Karl heb ik nooit gehuild. Tegen de mensen op het bedrijf heb ik gezegd: ik zal voor jullie zorgen, maar jullie moeten ook voor mij zorgen. Samen met hen, mijn kinderen en familie heb ik de kracht gevonden om door te gaan met leven. Ik kan wel zweverig doen, maar daar is God niet aan te pas gekomen.”

Wat is er voor in de plaats gekomen?
„Ik voel geen leegte, als je dat bedoelt. Ik lees nog steeds veel in de Schrift. Veel van die verhalen is echter gewoon flauwekul. Mijn oma zei altijd: ‘Tue recht und scheue Niemand.’ Dat betekent zoiets als: doe het goede en wees voor niemand bang. Dat is een uitspraak waar ik me altijd aan heb vastgehouden. Hou vol in het leven, wees eerlijk en doe je best. Angst hoort daar niet bij. Niet voor God, niet voor andere mensen. Als mijn vader in die oorlog zich echt had laten leiden door angst, dan had hij het niet overleefd.”

In haar auto trekt ze er nog regelmatig op uit. Els Denneboom rijdt dan zelf. Zoals ze dat haar hele leven heeft gedaan. Bang voor de dood is ze niet. „Ik heb er alleen zo weinig zin in.” Als het zover is, wil ze begraven worden op de joodse begraafplaats naast haar man. „Dat is het laatste wat ik nog kan regelen. Daarna houdt het op. Of we elkaar terugzien na de dood? Nee. 100 procent zeker niet. Als er een hemel is, hoe moeten we elkaar dan herkennen? Mijn lichaam ligt gewoon in Enschede en zal vergaan. En misschien is dat maar beter ook.”

© Newsroom Enschede, de samenwerking tussen TC Tubantia en 1Twente Enschede, foto: Carlo ter Ellen

Deel deze pagina: