Live Live

Eindelijk spreken we een taal en geen dialect: ‘Ik zal ’t nog wa’s bekieken’

Gepubliceerd: Dinsdag 16 oktober 2018 11:17

Eindelijk spreken we een taal en geen dialect: ‘Ik zal ’t nog wa’s bekieken’

De meningen over het Nedersaksisch convenant dat vorige week in Zwolle door minister Kasja Ollongren werd ondertekend, zijn verdeeld. Wat voor de een mooie stap is, is voor de ander niet meer dan een waterig compromis. „De tijd zal uitwijzen of dit meer is dan papier.”

Twee A4-tjes met vooral namen van hoogwaardigheidsbekleders en vier puntsgewijs geordende artikelen: veel meer houdt het maandag gesloten convenant tussen het rijk, de vier noordelijke provincies en twee Friese gemeenten niet in. Een deel van de voorvechters van het Nedersaksisch is er blij mee, maar een ander deel ziet toch vooral de beperkingen ervan.

Vaag
„Als het hierbij blijft, heb je niks”, zegt Martin ter Denge uit Rijssen. Hij is tekstschrijver en al jaren een groot voorvechter van het Nedersaksisch. „Er worden mooie woorden gesproken. Maar ze zijn tegelijk ook vaag, een kwestie van net wel en net niet. We zijn nu blij met de erkenning van wat we hier in Twente al langer wisten: dat we een taal spreken en geen dialect. Maar het echte werk moet natuurlijk nog beginnen. Met alleen maar dit convenant gaan we het niet redden.”

Hogere status
Het Nedersaksisch convenant tussen rijk en provincies is het voorlopig eindpunt van een jarenlange strijd van streektaalorganisaties voor de erkenning van het Nedersaksisch als een volwaardige taal. De door velen zo gewenste hogere status als Europese minderheidstaal, vastgelegd in het Europees Handvest en vergelijkbaar met het Baskisch en Fries, zat er echter niet in. Juist het rijk werkte een dergelijke opwaardering altijd tegen.

Waterig compromis
Volgens Harry Nijhuis, voormalig streektaalconsulent, is het convenant niet meer dan een waterig compromis. „Alleen het woord convenant al is van een geweldige vaagheid. Het geeft cachet, maar je hebt geen idee wat er precies mee wordt bedoeld. Feit is in ieder geval dat het Nedersaksisch toch een soort B-status houdt. De hoogste categorie Europees gezien is hiermee van de baan. Misschien is het wel goed dat er nu eindelijk iets ligt, maar het is tegelijk ook teleurstellend.”

Strijd
Anneke Beukers, officieel ambassadeur van het Nedersaksisch, oordeelt milder. Voor het PvdA-Statenlid uit Westerhaar is het convenant een mooie stap . „Er is jaren strijd gevoerd. Dit convenant is het hoogst haalbare, althans zo zie ik het. We worden hiermee zeker niet afgescheept. Het rijk erkent nu voor het eerst het Nedersaksisch als een volwaardig onderdeel van de Nederlandse taal. Eindelijk zijn we af van het woord dialect. In mijn ogen is dat historisch.”

Vrijblijvend
Bang dat het convenant te vrijblijvend is, is Beukers niet. „Het klopt dat de afspraken tamelijk algemeen zijn en dat ze niet kunnen worden afgedwongen. Maar aan de andere kant moet je toch vaststellen dat we nu voor het eerst iets in handen hebben om mee aan de slag te gaan. De bevordering van het Nedersaksisch behoorde tot voor kort niet eens tot de kerntaken van de provincie. Als Statenlid zeg ik : daar gaan we de provincie ook echt aan houden. Maar als de echte wil ontbreekt, dan houdt het natuurlijk op.”

Spreken
Om het Nedersaksisch te redden is er echter veel meer nodig, vinden zowel Nijhuis als Ter Denge. „Een taal red je alleen door hem te spreken”, aldus Harry Nijhuis. „Er is geld nodig, er zijn lesprogramma’s nodig en we moeten de scholen in. De jeugd moet het weer leuk gaan vinden om tweetalig op te groeien. Slaag je daar niet in, dan is dit convenant niet meer dan een betekenisloos stukje papier.”

Rijssen: lichtend voorbeeld
In het Nedersaksische taalgebied in Nederland is er één gemeente die al tien jaar een lichtend voorbeeld is: Rijssen/Holten. Sinds 2008 is de gemeente officieel tweetalig.

Bij de gemeentebalie zitten altijd medewerkers die het Riessens beheersen, op de website staan teksten in de streektaal, er kan in het Riessens worden getrouwd en de gemeenteraad vergadert één keer per jaar in het plat.

Drempelverlagend
Volgens woordvoerder Tjeerd Koetje werkt het gebruik van de streektaal drempelverlagend. „Vooral sommige ouderen vinden het makkelijker om in de streektaal te praten. Tien jaar geleden hebben we gezegd dat we aan die wens tegemoet moesten komen. Sindsdien staat dat ook op een bordje dat achter de gemeentbalie hangt.”

Service
Toch, zegt Koetje, maakt slechts een beperkt aantal mensen gebruik van de geboden mogelijkheid. „Gemiddeld één keer per week. En uitsluitend ouderen. Of het bijdraagt aan de instandhouding van het Nedersaksisch? Geen idee. Wij zien het vooral als een soort service.”

Ook streektaaldeskundige Martin ter Denge vraagt zich af of de tweetaligheid in Rijssen veel effect sorteert. „Een taal hou je pas echt in stand door hem ook functioneel te gebruiken. Op de website staat alleen de welkomsttekst in het Riessens, de rest is helaas gewoon Nederlands. De tweetaligheid in Rijssen is vooral decoratief.”

© Newsroom Enschede, de samenwerking tussen TC Tubantia en 1Twente Enschede, foto: Carlo ter Ellen

Deel deze pagina: