Live Live

Bato-complex Enschede: erfgoed of gribus? 'Kijk, niet authentiek en nog lelijk ook!'

Gepubliceerd: Maandag 19 november 2018 19:00

Bato-complex Enschede: erfgoed of gribus? 'Kijk, niet authentiek en nog lelijk ook!'

Weg met die metershoge grauwe muur en die onaantrekkelijke gebouwen. De oude BATO-fabriek die lang dienst deed als onderkomen van de Nederlandse Reisopera is ‘ouwe meuk’ die plaats moet maken voor ‘frisse nieuwbouw’. De omwonenden Herman Zandstra en Johan Wennink zien de slopers nog liever vandaag dan morgen verschijnen.

„Kijk”, zegt Herman Zandstra terwijl hij Johan Wennink op de raamkozijnen van het gebouw aan de Perikweg wijst waar tot voor kort de Nederlandse Reisopera haar kantoren had. „Daar lijkt me weinig authentieks aan. Ze zijn modern, eigentijds, en nog lelijk ook.” Wennink knikt.

De twee mannen zijn elkaars noabers aan de Perikweg. Zandstra (68) woont al 34 jaar op 150 meter van de voormalige BATO-fabriek. Wennink (71) zit er pal tegenover en kijkt reeds 26 jaar met weinig genoegen uit op de hoge muur, die niet alleen veel zonlicht wegneemt, maar die hij bovenal afzichtelijk lelijk vindt.

In de pen
Recent klommen ze in de pen om in een verhitte discussie over de betwiste cultuurhistorische waarde van de voormalige textielfabriek hun nog niet gehoorde kant van het verhaal te vertellen. Zandstra en Wennink schreven een ingezonden brief die onlangs in deze krant viel te lezen. Bovendien zinspelen ze op actie richting de lokale politiek. Er is allang groen licht gegeven voor de sloop van het, volgens de twee, foeilelijke complex en voor de daaropvolgende bouw van 43 koopwoningen in het licht van het project Operahof. Maar al die werkzaamheden moeten dan ook zo snel mogelijk hun beslag te krijgen, vinden ze. Vandaar dat de twee met afgrijzen toezien hoe de erfgoedorganisaties de voortgang van de nieuwbouwplannen lijken te willen traineren door de juridische pijlen op de bestemmingsplanprocedure te richten.

Zandstra en Wennink spreken namens ‘de buurt’. „Ik ben er laatst een avond druk geweest, door in de directe nabijheid van de BATO, dus in de Perikweg, Javastraat en Floresstraat, langs de deuren te gaan”, zegt Wennink. „Van de 43 woningen waar ik heb aangebeld hebben veertig bewoners meteen hun handtekening gezet. Al die mensen vinden het gebouw helemaal niks.”

Unheimisch
En zeg nou zelf, menen ze, het ziet er allemaal toch ook niet meer uit? „Sinds de Reisopera er niet meer in zit is het één en al gribus”, zegt Zandstra. „Het komt regelmatig voor dat er zwervers in het pand zitten en er wordt tegen de muur en op het terrein geürineerd. Dat kan toch allemaal niet! Ik woon dus even verderop, aan de andere kant van het gebouw. Maar ik als met mijn vrouw de stad inloop, dan steken we altijd meteen eerst over om maar niet pal langs die muur te lopen. Het is unheimisch.’’

Overbuurman Wennink begrijpt niets van alle plotselinge ophef over het waardevolle industriële cultuurgoed, dat bewaard moet worden. „Mensen mogen het best mooi vinden en hoeven het niet met ons eens te zijn. Maar er bestaan al jaren plannen hier iets nieuws neer te zetten. Dit pand staat niet op de monumentenlijst en nou moet er ineens van alles worden gered”, zegt Wennink.

Barricaden
Hij vertelt dan dat hij Jan Breteler, de woordvoerder namens de erfgoedorganisaties die nu op de barricaden staan voor het behoud van delen van het vermeende erfgoed, een jaar of tien geleden eens trof op een verjaardag. „Toen hadden we het er al over dat het gebouw zou verdwijnen. Maar ik kan me niet herinneren dat hij het toen had over dat erfgoed dat niet mocht verdwijnen.”

Zandstra: „Als die organisaties zo hechten aan de cultuurhistorische waarde van het gebouw, waarom dan niet even met de buurt gesproken? Dan hadden ze een avond in een zaaltje kunnen beleggen en vragen: ‘Dit en dat moet wat ons betreft worden gekoesterd, bent u het met ons eens?’ Als een meerderheid dat dan ook zo ziet, dan hadden wij ons daar meteen bij neergelegd.”

Maar zo’n avond is er nooit geweest. „Het is met die organisaties toch een beetje van: wij weten wel wat goed voor jullie is. Het is regentesk.” Wennink: „Er is natuurlijk ongelooflijk veel moois al gesloopt in Enschede. Dus doen die organisaties ook op andere plekken veel goeds met al hun werk voor het behoud van al dat monumentale erfgoed. Maar dit is niet mooi.”

Ze kijken uit naar het plan Operahof. Zandstra: „Het ziet er echt mooi uit, de buurt zal er enorm op vooruitgaan. Er zal in de vormgeving ook aandacht zijn voor het industrieel verleden van deze plek. Dat lijkt ons een nette oplossing.”

© Newsroom Enschede, de samenwerking tussen TC Tubantia en 1Twente Enschede, foto: Robin Hilberink

Deel deze pagina: