Live Live

Ambulance Twente is snel, maar nog steeds niet overal

Gepubliceerd: Vrijdag 31 juli 2020 08:39

Ambulance Twente is snel, maar nog steeds niet overal

Ambulance Oost blijft één van de snelste in Nederland bij spoeduitrukken. In 95 procent van de alarmoproepen is de ambulance binnen een kwartier ter plaatse. In de buitengebieden is dat echter nog steeds niet haalbaar. Het prijskaartje daarvoor is te hoog.

Lucien Baard | Tubantia

Landelijk staat de ambulancezorg al enige jaren fors onder druk. Maar 3 van de 24 ambulanceregio’s halen de norm, dat ze in 95 procent van alle noodoproepen binnen een kwartier ter plekke moeten zijn. De problemen komen onder andere door steeds meer hulpvragen van kwetsbare patiënten, schaarste aan vakkrachten en sluitingen van de 24/7-spoedposten in ziekenhuizen. ‘Oost’, dat als een van de drie diensten in het land de norm dus wel haalt, lijkt daar minder onder te lijden, ondanks de eerdere sluiting van de Spoedeisende Eerste Hulp (SEH) in ZGT Hengelo.

Bloedspoed
Bij Enschede, Hengelo, Almelo en Oldenzaal wordt de norm van 15 minuten bij ‘bloedspoed’ ruimschoots gehaald, met percentages van ruim 97 procent van alle ritten, blijkt uit het laatste jaaroverzicht. Eerder dit jaar leek er sprake van een kleine inzinking, maar inmiddels is het weer op orde, volgens de jongste cijfers in mei. Een groot aantal coronaritten heeft geen nadelig verschil gemaakt.

Daar tegenover staat dat de ambulances het afgelopen jaar in met name Losser, Dinkelland en Hof van Twente onveranderd het zo gewenste kwartier minder vaak halen dan de norm. Inmiddels heeft Ambulance Oost enkele ziekenwagens verplaatst naar een ander startplek. Voor Losser geeft dat verbetering, zegt directeur Piet Huizinga. Maar in andere gebieden is dat nog niet merkbaar. Dat geldt ook voor Hof van Twente, waar politici druk uitoefenden voor een extra ambulance. Het experiment wordt niettemin voortgezet.

Losser het slechtst
Het slechtst scoort Losser; daar kwam vorig jaar maar 84,2% van de spoedritten binnen een kwartier aan. Daarna volgen de gemeenten Dinkelland (86,4%), Hof van Twente (86,8%) en Rijssen-Holten (89,4%).

Dat Ambulance Oost niettemin toch één van de snelle koplopers is in Nederland komt doordat het gros van alle nooduitrukken zich concentreert rond de grote steden. In Losser ging het bijvoorbeeld maar om 480 spoedritten, waarvan er 76 later dan een kwartier ter plekke kwamen. In Dinkelland gaat het om 75 (van de 551) uitrukken die de 15 minuten niet haalden.

„Als je in Enschede 10 ritten niet binnen de 15 minuten doet, maakt dat op het totaal weinig uit. In een gemeente als Dinkelland, waar we niet zo vaak naartoe moeten, tikt zoiets veel harder aan. Een hoger overschrijdingspercentage is niet hetzelfde als een hoog aantal ritten. Het aantal overschrijdingen in Dinkelland of Losser zou in Enschede niet eens opvallen.”

Piet Huizinga, directeur van Ambulance Oost, vindt dat de kwaliteit van de ambulancediensten niet staat of valt met snelle aanrijtijden alleen. Al wil hij het niet halen van de norm op sommige plekken in de regio niet bagatelliseren door te goochelen met cijfers.

Onbetaalbaar
„Ik begrijp dat je als burger daar anders naar kijkt. Iedereen heeft het liefst een eigen ambulance in het dorp. Maar je moet ook reëel zijn: dat is onbetaalbaar. Het kost een miljoen per jaar per ambulance. Los van de vraag of het nodig is: dat kunnen we niet opbrengen.”

De topman van de ambulancedienst vraagt zich daarbij af, of de kwaliteit van de hulpverlening werkelijk gebaat zou zijn met het perse halen van de norm. „Deskundige medewerkers, goede materialen, up-to-date protocollen, kennis en kunde. En een kwaliteitssysteem waarin je voortdurend leert. Dat is waarschijnlijk vele malen belangrijker voor de gezondheidswinst, dan de norm dat je 95 procent van de spoeduitrukken moet halen in 15 minuten.”

Dat voor elkaar boksen zou mogelijk ook leiden tot minder ervaring en expertise, zegt hij. „We hebben nu professionals op de wagens, met veel ervaring met allerlei calamiteiten. In de uitgestrekte gebieden met weinig bewoners zijn zo weinig zeer urgente spoedritten, dat zij in feite hele dagen zouden zitten te wachten op een spoedmelding.”

Grote weerstand
In de ambulancewereld is bovendien grote weerstand tegen die norm. Huizinga wil er ook het liefst van af. „Stel je rukt uit naar een patiënt met een acuut hartinfarct. Als we na 14 minuten en 50 seconden aankomen hebben we het goed gedaan. Komen we na 15 minuten en 10 seconden, dan is dat fout. Maar de overlevingskans is in beide gevallen eigenlijk hetzelfde. Wat betekent die norm dan? Voor heel acute zaken kan 15 minuten ook al gewoon te laat zijn. Nu bestaat het werk op veel uitrukposten uit 60% van de werktijd wachten op een melding. En allemaal om dat kwartier te halen. Bij een hartstilstand heeft iemand mogelijk meer belang bij een snelle burgerhulpverlening met AED., tot de ambulance het kan overnemen.”

Huizinga vindt dat ‘het hele traject’ moet worden bekeken. „Hypothetisch: wij kunnen iemand met en hartinfarct wel volgens de norm tijdig in het ziekenhuis hebben afgeleverd. Maar als de patiënt daar nog even op de gang moet wachten… Dan is de gezondheidswinst ook weg. Die gezondheidswinst moet bepalend zijn en dan moet je eigenlijk kijken naar het totale plaatje, niet focussen op de tijd van alleen de ambulance.

Hersenbloedingen
Binnen de ambulance wereld wordt de komende tijd dan ook gekeken naar een nieuwe indeling van wat werkelijk urgent is. Nu vallen daar heel veel alarmeringen onder. Ook uitrukken waar die 15 minuten niet per se bepalend zijn voor de overlevingskansen of een goed herstel. „Er zijn nu ook tal van spoedzaken, waarvan je weet dat 15 minuten ook gewoon al te laat kan zijn: acute infarcten, hartstilstanden, ernstige hersenbloedingen bijvoorbeeld. We willen meer onderscheid in wat echt urgent is: Wat is bloedspoed en wat is ‘normale’ spoed?”

Huizinga is daarom blij met de nieuwe ambulancewet die in januari ingaat. „De sector is vanaf volgend jaar verplicht om meer te rapporteren dan alleen de cijfers over tijd. Er gaan meer dingen een rol spelen in de beoordeling. En de best presterende ambulanceorganisaties worden dan de norm voor de rest. Dat zegt veel meer.”

© Newsroom Enschede, de samenwerking tussen TC Tubantia en 1Twente Enschede.

Deel deze pagina: